De evolutie van de browser

Browsers zijn al zestien jaar ons venster naar het World Wide Web. Maar hoewel het web zich in het afgelopen decennium sterk ontwikkeld heeft, is er sinds de eeuwwisseling in essentie weinig veranderd aan de browser. Firefox blies natuurlijk in 2004 de browseroorlog weer nieuw leven in en heeft sindsdien zijn marktaandeel gestaag zien toenemen tot momenteel ruim 25% in Europa.

De introductie van Google Chrome afgelopen augustus markeert een nieuwe mijlpaal in de browsergeschiedenis. Niet omdat het een nieuwe speler op de markt is, niet omdat Google de geestelijk vader is, maar omdat Chrome de eerste browser is die gepositioneerd wordt als ‘shell’ voor webapplicaties. En wat komt er na Chrome? In dit artikel blik ik terug en vooruit naar de evolutie van de browser. Een evolutie die nauw samenhangt met die van personal computing en natuurlijk het World Wide Web.

Dit artikel is in februari 2009 geschreven voor en verschenen in ‘Informatiebeveiliging‘, het tijdschrift van het Platform voor InformatieBeveiliging (PvIB). De laatste sectie van het artikel (over de toekomst) is gebaseerd op mijn eerdere artikel “De browser, de desktop en de toekomst” (sep 2008). De inhoud van dit artikel valt onder een Creative Commons Licentie. Het is ook te downloaden als PDF-document.

De eerste browsers

De allereerste web browser werd in 1990 geschreven door Tim Berners-Lee en heette WorldWideWeb (later hernoemd naar Nexus). Het was op dat moment de enige manier om het World Wide Web te bekijken. In 1993 kwam MOSAIC uit, de eerste browser met een volledig grafische interface en features als plaatjes tussen de tekst, icons en favorieten. MOSAIC ontketende het web. Een jaar later volgde Netscape Navigator (later hernoemd naar Netscape Communicator), die in de beginjaren van het web de browsermarkt zou domineren. De populariteit was te danken aan de gebruikersvriendelijke interface, het feit dat de browser gratis te downloaden was en de snelle ondersteuning van innovaties als cookies, frames en JavaScript.

Screenshot van MOSAIC 1.0

Met nog maar 18.000 webpagina’s was het Internet in 1995 nog een overzichtelijk informatienetwerk met weinig poespas. HTML-mogelijkheden waren redelijk beperkt. Niet zo vreemd, want de Graphical User Interface (GUI) stond ook nog in de kinderschoenen. Windows 95 luidde het definitieve einde in van het Command Line Interface (CLI) tijdperk. Het web was primair gericht op informatie en navigatie, en in toenemende mate op commercie, met pioniers als Amazon en eBay (1995).

De browseroorlog

Microsoft begon in te zien dat zijn eigen Microsoft Network het aflegde tegen het World Wide Web en zag in Netscape een bedreiging voor het monopolie van besturingssysteem Windows. Het bouwde MOSAIC om tot Internet Explorer (IE) 1.0, die kort daarna al werd vervangen door versie 2.0. Netscape Communicator lag met een marktaandeel van 90 procent echter mijlenver voor op IE. Microsoft besloot grover geschut in te zetten en ging Internet Explorer 4.0 (vanaf deze versie met de Trident browser engine onder de motorkap) meeleveren met het nieuwe besturingssysteem Windows 98. Deze zet was zeer omstreden en resulteerde in een grote mededingingsrechtszaak, maar zorgde wel voor een snel groeiend marktaandeel.

Vanaf IE 5.0 nam Microsoft de dominante marktpositie over van Netscape. Naast de Windows-integratie speelde in het voordeel van Microsoft dat veel meer resources had, sneller was en trouwer de W3C-specificaties opvolgde dan Netscape. Eind 1998 was de browseroorlog beslecht. Netscape gaf de broncode van zijn browser vrij.

De toegankelijke browser

Even kwamen oude browsers (zonder grafische interface) zoals Lynx weer terug op het toneel. Het World Wide Web Consortium (W3C) kwam in 1999 met (WCAG) richtlijnen om het Internet toegankelijk te maken voor mensen met een functiebeperking, zoals blinden en motorisch gehandicapten. In Nederland staan deze richtlijnen nu bekend als het Waarmerk Drempelvrij.nl. Met oude browsers als Lynx en specialistische browsers zoals IBM Home Page Reader konden websites gepresenteerd worden zonder alle grafische en JavaScript poespas. Blinden konden op die manier websites raadplegen met behulp van brailleregels of voorleessoftware. Later werden de oude browsers als Lynx overbodig, omdat er ook toegankelijkheidshulpmiddelen ontwikkeld werden voor de populaire browsers.

De open source browser

In 2002 was het marktaandeel van Internet Explorer met 96% op zijn top. De Mozilla open source community stond echter op het punt met Mozilla Firefox de browseroorlog weer aan te wakkeren. Snel na het uitkomen van Firefox 0.8 werd de nieuwe browser (met Gecko engine) door de internationale pers geprezen om zijn snelheid, veiligheid (IE werd voortdurend geplaagd door beveiligingslekken) en gebruiksgemak. Mozilla slaagde erin features te ontwikkelen die goed aansloten op de ontwikkelingen van het Internet, waaronder:

  • Navigeren met tabbladen
    Van 2001 tot 2005 bleef het World Wide Web exponentieel groeien. En niet alleen met pagina’s, maar ook steeds meer applicaties werden omgebouwd tot webapplicaties, bijvoorbeeld routeplanners, telefoongidsen, e-mail clients en tekstverwerkers. Mensen hadden dus naast verschillende programma’s ook vaak meerdere browservensters tegelijk open. Tabbladen binnen de browser vormde dus een zeer welkome oplossing voor de steeds voller rakende taakbalk. Overigens was niet Firefox, maar Opera (met Presto engine) de eerste grotere browser met ‘tabbed browsing’. Microsoft introduceerde tabs in Internet Explorer 7 met enkele verbeteringen (verschuifbaar en sluitknop op de tabs zelf). Google Chrome is de eerste browser die de tabs helemaal bovenaan plaatst, omdat dit volgens Google het meest primaire onderdeel is van de gebruikersinterface.
  • Pop-up blokkering
    Ongewenste pop-up vensters waren al jaren een doorn in het oog van menig internetter. Soms kwamen er per seconde meer bij dan je er weg kon klikken. Ook hier was Opera de eerste die tools voor het blokkeren van pop-ups in de browser opnam. Mozilla verbeterde deze functie door alleen automatisch pop-ups te blokkeren bij het laden van de pagina. Microsoft voegde in 2004 pop-up blokkering toe aan IE 6 en twee jaar later een phishing filter aan IE 7.
  • Directe zoekmachine-invoer (standaard Google)
    Kort na de lancering van de Google zoekmachine, stapten talloze Altavista– en Yahoo!-gebruikers over naar deze nieuwe, simpele, maar krachtige zoekdienst. Google was direct een hit en tot op de dag van vandaag is er nog geen andere zoekmachine geweest die beter presteert. Google werkte zo goed, dat het voor veel mensen het startpunt werd van zo’n beetje iedere online sessie. Vindbaarheid en dus indexeerbaarheid wordt belangrijk. Semantisch opmaken en schone code levert nu wat op. Google heeft niet alleen invloed op betere naleving van W3C-standaarden, maar ook op de interface van de browser. Eerst is er de Google toolbar (naast de Yahoo! toolbar). Firefox was de eerste browser die een permanent zoekveld opneemt in zijn interface, met Google als standaard zoekdienst. IE7 volgde later dat voorbeeld, maar gebruikte natuurlijk Microsoft Live Search als standaard.
  • Extensies
    Extensies zijn kleine programmaatjes of plug-ins waarmee je de browser kunt personaliseren door er extra functionaliteiten aan toe te voegen, bijvoorbeeld:

    • Automatisch voorbeeldplaatjes van websites tonen bij Google zoekresultaten (Google Preview);
    • Een schermvullend driedimensionale afbeeldingenmuur presenteren om afbeeldingen binnen een website of zoekresultaat te verkennen (Cooliris, zie afbeelding X);
    • Kunnen opslaan van een complete webpagina – dus ook wat niet op het scherm past – als JPG-afbeelding (FireShot);
    • Direct een Gmail-account kunnen beheren vanaf de statusbalk (Gmail Manager).

Momenteel bestaan er zo’n 6500 Firefox extensies, voor het grootste deel geschreven door handige Firefox-liefhebbers.

Screenshot van Cooliris

De sociale browser

Social media en social network zijn termen die horen bij het Web 2.0. Maar de eerste sociale informatiesystemen – Bulletin Board Systems (BBS) – bestonden al in 1978, ver voor het World Wide Web. Ze werden gebruikt voor het delen van software, nieuws en korte berichten (forum / chat rooms) en het spelen van online games. De eerste sociale internetapplicaties waren Instant Messengers, zoals ICQ (1996), Yahoo! Pager (1998) en MSN Messenger (1999). Deze software draaide niet in een webbrowser, maar op de desktop.

Het Web 2.0 en de daaraan toegeschreven sociale successen als blogs, Flickr, YouTube, Delicious (sociale bladwijzers), Facebook en Wikipedia zijn ook doorgedrongen tot de browser. In de eerste plaats zijn er voor veel populaire Web 2.0 platformen Firefox-extensies ontwikkeld (zie afbeelding). Hiermee kun je direct in je browser deze services gebruiken zonder dat je eerst naar de website moet navigeren.

Delicious extensie (sidebar en menu) en andere extensies in Firefox

In november 2007 aanschouwt de eerste ‘sociale browser’ – Flock – het eerste daglicht. Flock is een onafhankelijke browser, gebaseerd op Firefox, met meegebakken extensies. Onlangs kwam versie 2.0 uit, met de nodige verbeteringen. Uniek in Flock zijn:

  • ‘People sidebar’ die de online activiteiten (Twitter, Facebook, YouTube) van vrienden aggregeert.
  • Blogpost editor, natuurlijk ook geïntegreerd, die onder andere Blogger, WordPress of TypePad blogs ondersteunt.
  • ‘Media bar’ die foto’s en video’s van Flickr, YouTube, Photobucket enzovoorts compact aggregeert. En deze media kun je slepen naar de blogpost editor.
  • Volledig geïntegreerde online bladwijzeropslag (Delicious, Magnolia)
  • ‘Web clipboard’: snel een tekst, foto, blogpost of iets anders bewaren zonder een bladwijzer te hoeven maken.
  • ‘My World’, waar al je RSS, bladwijzer-, foto-, video- en ‘vriend’-updates samenkomen.

Ondanks de mooie integratie en aggregatie van social media, is Flock (nog?) niet doorgebroken als populaire browser.

De mobiele browser

Twitter brak wel door in 2007. Eerst in de Verenigde Staten, een paar maanden later waaide het ook over naar Nederland. Twitter is een platform waarop mensen ‘microblogs’ of ‘tweets’ (korte berichten) kunnen delen met anderen, via SMS, instant messenger, e-mail, de Twitter website en/of via ‘Twitterific’ (een desktop applicatie). Bekende ‘twitteraars’ zijn Barack Obama en Maxime Verhagen. Het mooie aan Twitter is dat het geen primaire interface heeft; de beleving is nagenoeg hetzelfde via pc of mobiel. Twitteren met mobieltjes heeft in 2008 een vogelvlucht genomen en zal in 2009 alleen nog maar toenemen. Twitter is een van de eerste webservices die op grote schaal gebruikt worden met mobiele telefoons. Ondanks dat dit gewoon met SMS kan en niet via de browser hoeft, betekent dit wel iets voor de evolutie van het Internet. Het gebruik verplaatst zich naar andere devices en niet per se binnen een browservenster.

Een andere onbetwiste katalysator van mobiel internet is de iPhone 3G. Voor mobiel internet met dat andere netwerk – GPRS – moest je voorheen vooral veel geduld hebben. Dankzij de nieuwe iPhone met zeer geschikte GUI, een relatief groot scherm en mobiel breedbandinternet wordt er eindelijk intensief mobiel gesurft. Het gebruik van mobiel internet was afgelopen december zeven keer zo hoog als het jaar ervoor.

De browser op de iPhone is Safari, Apple’s browser (met de open source WebKit engine). De populairste mobiele browser op niet-iPhones is onbetwist van Opera. Hun software staat op meer dan 50 miljoen mobiele apparaten. Microsofts Internet Explorer Mobile loopt nog achter op deze concurrenten. Ongetwijfeld gaat er op mobiel gebied nog het nodige gebeuren, zeker als bijna iedereen straks de beschikking heeft over breedband mobiel internet.

De applicatiebrowser

Veel van wat we vandaag op het web gebruiken, zijn niet zomaar webpagina’s, maar applicaties. Google vindt echter de huidige bestaande browsers hiervoor te instabiel en heeft daarom Google Chrome ontwikkeld, een browser die speciaal ontworpen is met webapplicaties in het achterhoofd. Chrome zou een betrouwbaarder ‘shell’ voor applicaties moeten zijn, omdat iedere tab in een eigen proces draait, waardoor nooit de hele browser crasht, maar slechts de ene veroorzakende tab. Bovendien wordt dankzij het ‘multi-process’ principe efficiënter met geheugen omgegaan. Chrome gebruikt, net als Android en Safari, de WebKit engine, omdat het geheugenefficiënt en uitermate geschikt is voor ‘embedded’ devices. Verder is JavaScript zo belangrijk voor de webapplicaties en -sites van vandaag, dat voor Chrome een nieuwe JavaScript Virtual Machine ontwikkeld is, wat zorgt voor veiligheid en platformonafhankelijkheid.

Ook in de gebruikersinterface introduceert Chrome enkele nieuwe features. Naast de al genoemde tabs die helemaal bovenaan het venster staan, zijn er de ‘omnibox’, de ‘nieuwe tab-pagina’ en een nieuwe pop-up blocker. De omnibox combineert de traditionele adresbalk en het inmiddels ingeburgerde geïntegreerde zoekveld. Maar het biedt ook suggesties voor zoektermen, eerder bezochte websites en (nog niet bezochte) populaire websites en -pagina’s. De ‘nieuwe tab-pagina’ toont de 9 webpagina’s die je het meest bezocht hebt, de sites waar je het meest op zoekt en de meest recent bladwijzers en gesloten tabs. De ingebouwde pop-up blocker plaatst een pop-up geminimaliseerd op de tab vanwaar hij werd geopend.

Chrome is waar we nu aanbeland zijn, vijftien jaar na de introductie van MOSAIC. Wat wordt de volgende stap? Nu Web 2.0 over zijn hoogtepunt is, zullen browsers moeten gaan anticiperen op Web 3.0, het semantische web.

De semantische browser

Volgens Tim Berners-Lee, de grondlegger van het web, liggen de bouwstenen klaar om het semantische web te maken. Het huidige web is gebaseerd op aan elkaar gelinkte pagina’s. Het semantische web is een web van entiteiten (dingen). Documenten gaan immers over mensen, boeken, landen, gebeurtenissen, enzovoorts. Als we computers de samenhang tussen de entiteiten kunnen laten begrijpen, kunnen ze ons beter van dienst zijn. Een belangrijke bouwsteen van het ‘klassieke’ semantische web is het Resource Description Framework (RDF), waarmee je entiteiten en hun relaties beschrijft, zoals “[Peter] {kent} [Michel]”.

Er zijn nog geen mainstream semantische browsers. Wel zijn er al wat academische uitprobeersels zoals de OpenLink RDF Browser en enkele interessante Firefox extensies. Eén daarvan is Glue, die informatie toevoegt aan pagina’s die je bezoekt en handige links aanbiedt op basis van onderwerpen op de pagina. Gaat de pagina over een boek, dan biedt Glue diverse Amazon-links naar boek, auteur enzovoorts. Daarnaast is de (nog in bèta zijnde) APML plug-in (Attention Profile Markup Language) interessant, die webcontent voor je zoekt op basis van je surfgedrag.

De webtop en cloud agent

De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. De komst van het Internet heeft een onmiskenbare invloed gehad op maatschappij en economie. En met de huidige ontwikkelingen – sociale media, webapplicaties, mobiel breedband, altijd online, semantisch web – wordt die impact alleen nog maar groter. Internetstrateeg Nova Spivack spreekt al van een “Web Wide World”.

Kijkend naar recente concepten en innovaties rijst de vraag of het concept ‘browser’ niet zijn langste tijd gehad heeft. De browser is nog steeds een programma op onze desktop, dat in de basis nog hetzelfde doet als tien jaar geleden: webpagina’s presenteren. Maar als de meeste software van desktop naar online gaat, gaat de browser steeds meer de rol van de desktop overnemen. Vermoedelijk zullen desktop en browser samensmelten tot een zogenaamde ‘webtop‘. Volgens Spivack wordt de desktop van de toekomst een ‘hosted webservice’: “Alle apparaten zullen synchroniseren met de ‘cloud’, waar je applicaties, data en desktop werkomgeving leven als een gebundelde, hosted service. Je desktop verschijnt op ieder apparaat waarop je inlogt, precies zoals je het de afgelopen keer had achtergelaten.” Pikant detail is overigens dat Microsoft al in 1998 browserfuncties (IE 4) in Windows 98 had geïntegreerd, en daarmee in zekere zin al een beginnende webtop was.

Het is interessant zowel de ontwikkelingen van besturingssystemen, als die van browsers in de gaten te houden. Bij de besturingssystemen denk ik dan in de eerste plaats aan de mobiele varianten zoals Windows Mobile en Google Android, omdat het web meer en meer ingebed zal raken in allerhande apparaten. Veel mag verwacht worden van Microsoft en Google, omdat zij zowel de producten als de resources hebben om browser en besturingssysteem te verenigen. Er gaan al geruchten dat Google hiermee bezig is. Maar ook partijen als Apple, Mozilla en Symbian (marktleider in mobiele besturingssystemen) zullen niet stilzitten.

Daarnaast zullen er ook web-based platforms worden ontwikkeld, die nu nog binnen een browser draaien, maar op termijn embedded kunnen werken. Een eerste voorbeeld hiervan is Cloud, een besturingssysteem dat in de browser draait. Bij het opstarten van de computer wordt direct Chrome opgestart met daarop de Cloud webtop (zie afbeelding).

Cloud browser

Wat volgens Nova Spivack en Thomas Vanderwal (Amerikaanse informatiearchitect) ook zal veranderen, is de verschuiving van informatie naar attendering. De meest schaarse resource is niet meer bandbreedte of opslagcapaciteit, maar aandacht. Als gevolg van de ‘information overload’ moet je meer overlaten aan je persoonlijke webservice of ‘cloud agent’, die informatie voor je filtert zodat jij er beter op kunnen handelen. Deze agent attenteert je locatie-, tijd-, device- en contextonafhankelijk op relevante data. Dit is mogelijk omdat al je data (webgeschiedenis, vrienden, websites, bladwijzers, voorkeuren, enz.) online staan opgeslagen, bijvoorbeeld in een APML-bestand. Het semantische web moet er vervolgens voor zorgen dat de agent zinvolle relaties kan leggen tussen jouw voorkeuren en entiteiten enerzijds en nieuwe informatie anderzijds.

Deze webtops en agents zijn nog niet gerealiseerd, maar beeldvorming is er al volop. Zo heeft Microsoft afgelopen jaar een filmpje uitgebracht, getiteld “Future Vision: Healthcare”. En ontwerpbureau Adaptive Path presenteerde zijn webtop-concept Aurora (video).

Aurora op handig meeneemformaat

De grote vraag is hoe snel de infrastructuur (semantisch web, alom aanwezig breedband internet, e.d.) rijp genoeg is om de webtop en de cloud agent concepten te verwezenlijken. Zoals gezegd: de bouwstenen liggen al klaar.

2 gedachten over “De evolutie van de browser”

  1. Hoi Ferry. Goed verhaal. Ik wist niet dat de wereld achter het web zo uitgebreid was. gr. je broer

Reacties zijn gesloten.