Waarom lagere overheden wel de Webrichtlijnen moeten volgen

Moeten lagere overheden nu wel of niet aan de Webrichtlijnen voldoen? Daar bestaat momenteel grote verwarring over. Op 14 januari berichtten Nu.nl en Webwereld dat er “geen verplichte webrichtlijnen voor lagere overheden” komen. Aanleiding was een brief van staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer. Door de onduidelijke berichtgeving van beide nieuwssites denken veel mensen dat gemeenten, provincies en waterschappen niet meer hoeven te voldoen aan de Webrichtlijnen van de overheid. Niets is minder waar.

Geen wet

In haar brief aan de Tweede Kamer stelt Bijleveld dat “vanwege het belang dat overheidswebsites toegankelijk moeten zijn” de Webrichtlijnen niet alleen moeten gelden voor de rijksoverheid. “Er zijn in totaal ongeveer 1200 overheidswebsites die aan de webrichtlijnen zouden moeten voldoen.” Maar Bijleveld wil er geen wet van maken: “Een wettelijke verplichting voor medeoverheden acht ik op gespannen voet staan met de eigen verantwoordelijkheid van de medeoverheden.” Er zijn immers ook geen dwangmiddelen voor handen; een gemeentelijke website uit de lucht halen gaat te ver. Maar ondanks dat er geen wettelijke verplichting komt, zijn er wel degelijk – bindende – bestuurlijke afspraken gemaakt.

Gecommitteerd

Op 1 december 2008 hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-overheid (NUP) (PDF) getekend (PDF). Het NUP is een gezamenlijk initiatief van het Rijk, het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen, gebaseerd op een advies van de commissie Postma/Wallage. In het NUP staat hoe de infrastructuur van de e-overheid gericht kan worden benut voor betere dienstverlening door de overheden aan burgers en bedrijven. Met de ondertekening van het Nationaal Uitvoeringsprogramma moeten Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen uiterlijk 31-10-2010 voldoen aan de Webrichtlijnen en daarmee aan de internationale richtlijnen voor toegankelijkheid en het Waarmerk drempelvrij.nl.

Monitoren

Naast de bestuurlijke commitment in het NUP, zijn er nog 2 instrumenten om de voortgang van de implementatie van de webrichtlijnen te meten:

  • Overheid.nl monitor: hierbij worden alle sites van gemeenten, waterschappen, ministeries en provincies naast andere aspecten ook getoetst op een deel van de webrichtlijnen. De gegevens uit de Overheid.nl Monitor worden gebruikt in de jaarlijkse voortgangsrapportage e-overheid aan de Tweede Kamer.
  • Webrichtlijnenmonitor: hierin wordt transparant gemaakt op welke punten websites van overheden goed en minder goed scoren. Bijleveld: “Het is de eigen verantwoordelijkheid van de overheidsorganisaties om te laten zien hoe de website scoort. Hiervoor heb ik de monitor ter beschikking gesteld. Het inzichtelijk maken van de voortgang bij gemeenten draagt daarmee bij tot een verdere implementatie van de webrichtlijnen.”

Geen keurmerk

Bijleveld wil ook niet overgaan tot het verplichten van een keurmerk voor websites die voldoen aan de webrichtlijnen. “Ik vind het de verantwoordelijkheid van de website eigenaar om te bepalen hoe men laat zien dat men voldoet. De eis van een keurmerk kan bijvoorbeeld door de website eigenaar worden meegenomen in de aanbesteding van de bouw van een nieuwe website. De keuze voor een keurmerk ligt primair bij de website-eigenaar. Die bepaalt of er een keurmerk op de website moet komen te staan. Daar ligt dan ook de afweging voor de eventuele kosten die daarmee gemoeid zijn.”

Conclusie

Er komt inderdaad geen ‘Wet Webrichtlijnen’, maar dat neemt niet weg dat alle gemeenten, provincies en waterschappen zich hebben gecommitteerd aan de afspraak om voor eind 2010 te voldoen aan de Webrichtlijnen. De brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer heeft daar niets in veranderd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.