De browser, de desktop en de toekomst

Webpagina op een iPhoneToen niemand nog van Web 2.0 gehoord had, beschreef informatiearchitect Thomas Vanderwal al een transitie van het internet naar iets wat door sommigen al Web 4.0 genoemd wordt. Hij noemde dit het ‘Kom naar mij’-web. Centraal hierin stond zijn visie op het persoonlijke informatiemanagement (beheren van eigen documenten, foto’s, bookmarks, telefoonnummers enz.), wat nu bij de meeste mensen nog erg gefragmenteerd plaatsvindt. Hoe gaan we straks onze informatie altijd, overal en device-onafhankelijk managen? En wat betekent dit voor de rol van de browser en de desktop?

Dit artikel is ook gepubliceerd op Frankwatching.

Waar komen we vandaan?

Vanderwal begint met het opsommen van de verschillen tussen het oude ‘Ik ga halen’-web en het ‘Kom naar mij’-web.

The Web was: their info, focus on content provider, one device, one use, proprietary formats, focus on findability, designed for navigation. The Web is info we found/created,focus on person using, across devices, reuse, open formats, focus on refindability, designed for attraction.

‘Web 1.0’ was ingericht op mensen die vanaf een desktop computer op zoek gaan naar informatie. Trouwens, dat geldt eigenlijk nog steeds: veel internetteams werken aan eigen websites en steken moeite in zoekmachineoptimalisatie opdat zoveel mogelijk mensen naar de site komen. Ook denken ze er meestal niet aan onze informatie zo aan te bieden dat mensen er ook met hun mobiele telefoon of andere devices gebruik van kunnen maken.

Over gebruikmaken gesproken. Veel informatie die aanbieden wordt, is niet herbruikbaar. Denk bijvoorbeeld aan grafieken. Dat zijn nu meestal plaatjes en zijn dus niet direct te combineren met ander data. Om te hergebruiken en combineren moeten we nu dus vaak werken met een lokale kopie van het origineel of moeten we data reproduceren.

Doordat we steeds meer vertrouwd raken met de digitale en online wereld, kunnen we buiten de bestaande containers (zoals website, browser, desktop, pagina) gaan denken en dus grenzen verleggen.

Persoonlijke informatiecyclus

Hoe ziet de (digitale) informatiewereld er voor de individuele gebruiker uit? Vanderwal deelt deze wereld op in 4 ‘information clouds’:

  • 4 InfoClouds (Vanderwal, 2005)Global InfoCloud: Internet. Vrije toegang tot informatie overal vandaan. Niet door de gebruiker georganiseerd of beheerd.
  • Local InfoCloud: Bedrijfsnetwerk en intranet. Toegang door locatie of autorisatie. Niet door de gebruiker beheerd. Ook niet door hem georganiseerd, maar de gebruiker is vaak wel bekend met de structuur.
  • External InfoCloud: Andere bedrijfsnetwerken en intranetten, waar de gebruiker geen toegang tot heeft, bijvoorbeeld wegens autorisatie, locatie of zelfs taalbarrière.
  • Personal InfoCloud: Persoonlijke informatieverzameling. De gebruiker organiseert, beheert en bepaalt toegang voor anderen.

Vanzelfsprekend zijn de Global en External clouds het grootst en de Personal het kleinst. De gebruiker zelf ziet de informatiewereld echter heel anders. Hij ziet vooral de informatie die het dichtst bij hem staat en het meest toegankelijk is en de informatie die naar voren komt als hij op internet zoekt. Maar miljarden pagina’s liggen buiten zijn gezichtsveld. Zijn Personal InfoCloud is het centrum van zijn informatiewereld.

Gebruiker\'s perspectief op de informatiewereld

Kom naar mij

Vandaag de dag moeten we nog moeite doen om onze persoonlijke informatie goed te kunnen beheren en gebruiken. Daarom spannen we ons in om contactpersonen en agenda te synchroniseren tussen PC en mobiele telefoon, onze digitale foto’s op te slaan op de computer, e-mails door te sturen naar ons andere e-mailadres en programma’s te installeren op onze computer èn mobiele telefoon. In het ‘Kom naar mij’-web worden onze persoonlijke webgeschiedenis en al onze objecten (mensen, websites, data, enz.) online opgeslagen in een ‘cloud’, die altijd en overal via ieder device beschikbaar is, net als de software die we gebruiken. En de informatie die aangeboden wordt en die we opgeslagen hebben, is niet alleen leesbaar maar herbruikbaar. Als het goed is gaat Web 3.0 ons hier een handje bij helpen: semantisch opgeslagen informatie in open formats.

De sleutel van het ‘Kom naar mij’-web is de Personal InfoCloud. Onderstaande figuur, die de persoonlijke informatiecyclus (vinden, herkennen, opslaan, hergebruiken, volgen) uitbeeldt, laat dit zien.

Persoonlijke informatiecyclus (Vanderwal, 2005)

Hoe kunnen we hier van profiteren? Seth Godin geeft in zijn visie op Web 4.0 een aantal uitstekende voorbeelden, o.a.:

  • Mijn vlucht van Amsterdam naar New York is afgelast. Mijn telefoon (of het device waar ik op dat moment mee werk) weet mijn boeking en de afgelasting, en komt zelf met alternatieve vluchten.
  • Google weet wat ik zoek en wat anderen zoeken. Iedere dag laat hij me zien wat ik naar zou moeten zoeken, maar wat ik nog niet doe. En hij verbindt me met mensen die het zelfde zoekgedrag hebben als ik.
  • Ik ben laat voor een afspraak. Mijn GPS telefoon weet dit (omdat hij mijn kalender, mijn locatie, de tijd en de verkeerssituatie kent). Hij meldt mij dat ik laat ben en waarschuwt de mensen die op mij wachten.
  • Tijdens het schrijven van een artikel krijg ik suggesties voor bronnen, omdat mijn tekstverwerker weet wat ik geschreven heb, waarover ik aan het schrijven ben en wat er op het web te vinden is dat daaraan gerelateerd is.

De Personal InfoCloud volgt mij, ongeacht welk device ik bij de hand heb. En zonder dat ik zelf op zoek hoef, komt de relevante informatie op het juiste moment naar mij toe.

Voorlopig is het nog niet zover. Voordat we het ‘Kom naar mij’-web en de Personal InfoCloud kunnen gebruiken, moet er nog een aantal dingen worden gerealiseerd, zoals:

  • Een alomtegenwoordig Web en ‘connected’ devices;
  • Software as a Service;
  • Webtop in plaats van een browser en desktop;
  • (Her)bruikbare data.

Alomtegenwoordig Web en ‘connected’ devices

Connected device: KITT van KnightriderDankzij GSM, UMTS, GPRS en andere 3G mobiele-communicatiesystemen is het Web (in Nederland tenminste) al nagenoeg altijd en overal beschikbaar. Het kan echter nog beter. Internetabonnementen zijn nu nog device-specifiek, maar straks hebben we wellicht één abonnement waarmee onze computer, notebook, mobiele telefoon, autoradio, horloge en koffiezetter allemaal ‘connected’ zijn.

Software as a Service

Sinds 2006 zijn er veel online applicaties opgedoken die bekende desktopapplicaties zoals spreadsheets, tekstverwerkers en kalenders kunnen vervangen. Dit heet Software as a Service (SaaS). De grote voordelen hiervan zijn:

  • De applicatie leeft in de browser, dus werkt platformonafhankelijk en hoeft niet per device geïnstalleerd te worden.
  • Je werkt altijd met de laatste versie.
  • De meeste online applicaties werken standaard met online data. Je hebt dus ook altijd je documenten e.d. bij de hand.

Webtop in plaats van een browser en desktop
Als de meeste software van desktop naar online gaat, gaat de browser steeds meer de rol van de desktop overnemen. De browser is echter nog steeds een programma op onze desktop, dat in de basis nog hetzelfde doet als tien jaar geleden: webpagina’s presenteren.

Plaatje uit strip over Google Chrome, waarin wordt uitgelegd dat bestaande browsers vanuit de basis niet ontworpen zijn voor online video, chat, games en dergelijke.

Vorige week kwam Google naar buiten met de open source browser Chrome, dat volgens Google een browser voor applicaties is in plaats van alleen maar pagina’s. Hoe fundamenteel anders het concept van deze browser is, wordt me echter nog niet duidelijk. In de presentatie over Google Chrome wordt vooral geschermd met eigenschappen als stabieler, sneller, veiliger en simpeler. Dit is natuurlijk belangrijk als we veel van onze primaire taken online gaan uitvoeren, maar niet revolutionair.

Het is waarschijnlijk dat desktop en browser zullen samensmelten tot een zogenaamde ‘webtop‘. Volgens Nova Spivack wordt de desktop van de toekomst een ‘hosted webservice’: “All devices will synch with the cloud, where your applications, data and desktop workspace state will live as a unified, hosted service. Your desktop will appear on whatever device you login to, just as you left it wherever you last accessed it.”

Wat volgens Spivack ook zal veranderen, is de verschuiving van informatie naar attendering, oftewel het ‘Kom naar mij’-web van Vanderwal. De meest schaarse resource is niet meer bandbreedte of opslagcapaciteit, maar aandacht. We kunnen de information overload nauwelijks aan, dus moeten we meer moeten overlaten aan onze persoonlijke webservice, die informatie voor ons filtert zodat wij er beter op kunnen handelen.

Twee bedrijven hebben al geprobeerd de webtop en het ‘Kom naar mij’-web te verbeelden in filmvorm. Allereerst Microsoft, die begin dit jaar een filmpje uitbracht, getiteld “Future Vision: Healthcare”.

[youtube:http://www.youtube.com/watch?v=V35Kv6-ZNGA]

En vorige maand presenteerde ontwerpbureau Adaptive Path zijn webtop-concept Aurora.


Aurora (complete video without commentary) from Adaptive Path on Vimeo.

De kernelementen van de Aurora webtop zijn:

  • Context-bewustzijn: Er is geen product dat zoveel over ons weet als de browser: ons werk, sociale connecties, ontspanning enzovoorts. Als de browser al die data combineert met onze gedragingen en onze fysieke context, dan kan het zich aanpassen op onze online interacties.
  • Natuurlijke interactie: Dit verwijst naar de natural user interface (NUI), die Microsoft al toepast in de Surface.
  • Impressie van een digitale datakaartContinuïteit: Een consistent interactiemodel dat overal toegepast kan worden, ongeacht schermresolutie en soort bediening (muis, touchscreen, afstandbediening). Ook moet de user experience op het ene device naadloos kunnen overgaan in de andere.
  • Collaboratief: Het web is een sociaal platform, maar de browser was altijd ‘single user’. Samenwerken in een gedeelde omgeving, informatie delen en data van verschillende bronnen combineren tot één overzicht worden gewone, vanzelfsprekende functies.

Beide visies liggen redelijk in elkaars verlengde, en ook met het beeld dat Thomas Vanderwal en Nova Spivack oproepen. Ik verwacht dan ook dat de eerste echte prototypes van de webtop deze lijn zullen volgen.

(Her)bruikbare data

Om de trucjes uit de filmpjes van Microsoft en Adaptive Path, zoals het combineren van grafieken, werkelijk uit te voeren, zijn het Semantic Web (zie Peter Bekels artikelen) en open formats voor het uitwisselen en samenvoegen van data onmisbare bouwstenen.

Samengevat

Verschillende ontwikkelingen, zoals Software as a Service, Semantisch Web en een alomtegenwoordig Web, zullen ons over een aantal jaren in staat stellen om onze informatie altijd, overal en device-onafhankelijk te gebruiken. Alles wat we nodig hebben, staat namelijk in onze persoonlijke, online ‘information cloud’. Desktop en browser maken plaats voor de webtop: een 100% online besturingssysteem annex browser, die ons toegang geeft tot onze applicaties en data, ongeacht device, beeldschermresolutie of locatie. De persoonlijke cloud treedt ook op als agent, die ons locatie-, tijd- en contextafhankelijk attendeert op relevante data. En alle data is opgeslagen in open, semantische formats, zodat we moeiteloos data kunnen gebruiken en mixen.