Ik zie, ik zie… wat jij ziet

EyetrackingVan alle gebruiksonderzoeken die ik afgelopen jaar heb georganiseerd, heb ik de meeste uitbesteed aan een onderzoeksbureau. De voornaamste reden: het gebruik kunnen maken van eyetracking. Eyetracking voegt een dimensie toe aan gebruiksonderzoeken: een directere kijk in het gedrag van de gebruiker.

Bewust vs Onbewust

Bij gebruiksonderzoeken wordt vaak hardop denken gestimuleerd, zodat de waarnemers beter kunnen begrijpen hoe ‘de gebruiker’ denkt. Het nadeel van deze aanpak is dat je een indirecte respons waarneemt. Sommige mensen kunnen redelijk hun eerste indruk onder woorden brengen en zeggen wat ze zien, maar bij veel mensen vindt er tussen het scannen van de interface en het hardop denken een proces plaats die we niet kunnen waarnemen: het interpreteren en beredeneren. En het bewust bezig zijn met het beredeneren en onder woorden brengen van de respondents ervaring gaat ten koste van het natuurlijk gedrag, in het bijzonder de impulsiviteit.

Oogbewegingen laten een veel zuiverder beeld zien van het onbewuste gedrag. Je kunt je concentreren op waar je kijkt, maar de eerste blikken over het scherm en de korte afdwalingen tijdens het lezen gebeuren instinctief en onbewust. Eyetracking laat nog steeds niet de interpretatieproces in het hoofd van de respondent zien, maar door het kunnen waarnemen van de oogbewegingen, de uiteindelijke actie en de eventuele opmerkingen kun je beter het feitelijke gedrag analyseren en daaruit gemakkelijker naar de vermoedelijke interpretatie raden. Niet voor niets staat eyetracking in het User research landschap (zie afbeelding) helemaal rechts.

User research landschap
Uit: Data Driven Design

Nieuwe waarnemingen

Het inzetten van eyetracking levert extra informatie op die met hardop denken meestal verborgen blijft, bijvoorbeeld:

  • Wat is het kijk-startpunt van de de respondent? Is dit pagina-afhankelijk?
  • Welke gebieden trekken zijn aandacht het eerst en het meest?
  • Waar begint hij bewust met lezen?
  • Hoe leest hij dit type pagina? Alleen kopjes en links, alle tekst?
  • Dwaalt hij over de pagina of leidt de interface hem snel naar de juiste actie?
  • Heeft hij feature X gezien?
  • Herkent hij de link die hij nodig heeft?

Voor mij leverde eyetracking onder andere deze inzichten op:

  • Mensen zijn het eerst en het meest gefocust op de zogenoemde ‘Center stage’: het deel van de pagina waar de content te vinden is (het paars omlijnde vlak in onderstaande afbeelding). Hoofd- en subnavigatie krijgen pas in tweede instantie aandacht.
    Men scant vaak eerst de ‘center stage’
    Webpagina met daarop te zien de ‘center stage’ (paars omlijnd) en een ‘attentiepunt naar attentiepunt’ kijkpatroon.
  • Pagina’s worden niet lineair gelezen. Men dwaalt regelmatig af naar links (bv. navigatie) en rechts (bv. gerelateerde content) en terug naar boven. Er zijn veel verschillende manieren om een webpagina te lezen, maar grofweg zag ik deze vier manieren het meest:
    • Link naar link
    • Kopregel naar kopregel
    • Attentiepunt naar attentiepunt (Alles wat nadruk heeft: kopregel, link, vet, bullet, enzovoorts. Bovenstaande afbeelding laat dit patroon zien.)
    • Integraal
  • Te korte links (1 woord) en te lange links (hele zinnen) worden minder goed herkend.
  • De muis volgt niet de ogen. Er wordt wel gesteld dat mensen hun muis mee laten bewegen met waar ze kijken. In de onderzoeken die ik heb meegemaakt zie ik juist dat de muis vaak heel beperkt het kijkpatroon volgt.
  • Zoekdominantie op websites blijkt schaars, zo schreef ik al eerder. Ik zie eigenlijk niemand die op een website komt en meteen op zoek gaat naar de zoekfunctie.

Kortom, zeker een keer doen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *